ECLI:NL:RVS:2026:3843
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie op 14 augustus 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit op 28 oktober 2025 ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de procedure informeerde de minister de Afdeling bestuursrechtspraak dat appellant met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) naar Venezuela, zijn land van herkomst, was vertrokken. Appellant had een vertrekverklaring ondertekend waarin hij expliciet instemde met de beëindiging van alle openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel.
Gezien het vertrek en de instemming met beëindiging van de procedures, oordeelde de Raad van State dat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant met instemming van beëindiging van procedures naar zijn land van herkomst is vertrokken.