ECLI:NL:RVS:2026:3849
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 6 november 2025 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank heeft bij uitspraak van 26 mei 2026 dit besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekt tot het verlenen van de vergunning en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook vergt uitvoering geen onevenredige inspanning. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.