ECLI:NL:RVS:2026:3866
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na beroep
Appellant is bij besluit van 3 juni 2026 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hogerberoepschrift beoordeeld en concludeert dat er geen gronden zijn om het vonnis van de rechtbank te vernietigen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Er zijn geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, noch zijn er Unierechtelijke kwesties aan de orde. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 7 juli 2026.
Uitkomst: De bewaring van appellant door de minister wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.