ECLI:NL:RVS:2026:3869
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 juli 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 juni 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorzieningprocedure niet geschikt is. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 7 juli 2026 in het openbaar gedaan door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.