ECLI:NL:RVS:2026:3870
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse afvalcontainers in Hoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn heeft bij besluit van 17 maart 2026 locatie BH52RA aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) en een bovengrondse GFE-cocon. De VvE Gerritsland/hoek Gravenstraat stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om schorsing in afwachting van de bodemprocedure.
De VvE voerde aan dat de afstand van 1,80 meter tot de gevel kleiner is dan gebruikelijk en schade kan veroorzaken, dat de nabijheid van een boom schade kan opleveren, en dat overlast door geur, geluid en verkeersveiligheid niet is afdoende ondervangen. Tevens stelde zij dat er geschiktere alternatieve locaties zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze en dat de afstand van 1,80 meter, hoewel kleiner dan in andere gemeenten, gelet op de omstandigheden toelaatbaar is. Er zijn geen concrete aanwijzingen voor schade door trillingen of aan de boom. Overlast en verkeersveiligheid zijn onder normale omstandigheden acceptabel en de alternatieve locaties zijn ongeschikt vanwege ondergrondse leidingen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de VvE tegen het aanwijzingsbesluit locatie BH52RA is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.