ECLI:NL:RVS:2026:3879
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 19 maart 2026 niet in behandeling is genomen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 juni 2026 ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat de voorgenomen overdracht op 6 juli 2026 plaatsvindt. De voorzieningenrechter heeft deze voorlopige voorziening toegekend omdat de noodzakelijke stukken voor het hoger beroep nog niet zijn ontvangen, waardoor een beslissing op het hoger beroep nog niet mogelijk is.
De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoeker niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand ter hoogte van € 934,00.
De voorzieningenrechter wijst erop dat deze voorlopige voorziening ambtshalve kan worden gewijzigd of opgeheven voordat het hoger beroep is beslist. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 3 juli 2026.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.