ECLI:NL:RVS:2026:3885
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier
De minister van Asiel en Migratie wees op 8 oktober 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 24 januari 2025 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling beantwoordde de rechtsvraag over het beleid rond de kennisgeving van aangifte mensenhandel conform een eerdere uitspraak en oordeelde dat het hoger beroep gegrond is. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf.
De klacht van betrokkene over schending van de hoorplicht werd verworpen, omdat het bezwaar geen aanleiding kon geven tot een ander besluit. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.