ECLI:NL:RVS:2026:3889
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen plaatsing ondergrondse restafvalcontainers in Bezuidenhout-Oost
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bij besluit van 24 maart 2026 een locatie aangewezen voor de plaatsing van twee ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) in de wijk Bezuidenhout-Oost. Verzoekster, wonend nabij deze locatie, vreesde overlast en diende een verzoek in tot schorsing van het besluit via een voorlopige voorziening.
Zij stelde dat de plaatsing zou leiden tot blokkering van nooduitgangen, het opheffen van een elektrische laadvoorziening, ontoegankelijkheid van de stoep voor rolstoelgebruikers, verkeersonveiligheid en geluidshinder. Het college voerde aan dat de afstand tot woningen voldoende is, het legen van de containers slechts kort duurt en de inzamelwagen op de openbare weg staat.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de plaatsing van de containers geen onomkeerbare gevolgen zal hebben en dat het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening ontbreekt. De containers kunnen immers eenvoudig worden verwijderd en de oude situatie hersteld indien de bodemprocedure daartoe aanleiding geeft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de plaatsing van de ondergrondse restafvalcontainers wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.