ECLI:NL:RVS:2026:3898
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en legde een dwangsom op aan de minister van Asiel en Migratie. Tevens veroordeelde de rechtbank de minister tot een proceskostenvergoeding van € 233,50.
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van deze proceskostenvergoeding. De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en verviel de eerdere proceskostenveroordeling, maar handhaafde eenzelfde bedrag van € 233,50 voor de procedure in beroep. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onjuist een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste in plaats van 0,5 (licht) bij de proceskostenvergoeding. De Afdeling vernietigde het vonnis voor zover het de lagere vergoeding oplegde en veroordeelde de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van in totaal € 934,00, verdeeld over beroep en hoger beroep. De zaak werd als licht beoordeeld en het hoger beroep richtte zich uitsluitend op de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis over proceskostenvergoeding en veroordeelt de minister tot een hogere vergoeding van € 934,00.