ECLI:NL:RVS:2026:3899
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging bewaringsmaatregel in vreemdelingenrecht
Bij besluit van 28 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de termijn van de aan appellant opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met maximaal twaalf maanden. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Ook zijn er geen relevante vragen over Unierecht aan de orde.
De Afdeling ziet geen reden om de verlenging van de bewaringsmaatregel onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de verlenging van de bewaringsmaatregel en verklaart het hoger beroep ongegrond.