ECLI:NL:RVS:2026:3910
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende onderzoek risico terugkeer
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 3 maart 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond in een uitspraak van 3 december 2025. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de minister zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt kan stellen dat appellant geen gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Iran, mede gelet op eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld geeft over de situatie van afvalligen en atheïsten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Verder werd geoordeeld dat de overige griefpunten van appellant niet tot vernietiging leiden en dat prejudiciële vragen niet nodig zijn. De Afdeling vernietigde het besluit van 3 maart 2025 en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd en het hoger beroep van appellant is gegrond verklaard.