ECLI:NL:RVS:2026:392
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring door minister van Asiel en Migratie
Appellant is bij besluit van 16 december 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf appellant geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zonder nadere motivering geen inhoudelijk oordeel kon worden gegeven en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan inhoudelijke onderbouwing.