ECLI:NL:RVS:2026:3935
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- N.H. van den Biggelaar
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling handhavingsverzoeken en vergunningplicht bouwkundige werkzaamheden in Utrecht
De zaak betreft een geschil tussen de eigenaar van een pand in Utrecht en het college van burgemeester en wethouders over handhavingsverzoeken tegen bouwkundige werkzaamheden aan een aangrenzend pand. Het college had verzoeken om handhaving deels afgewezen en deels toegewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat appellant wel procesbelang heeft.
De kern van het geschil is of de uitgevoerde werkzaamheden, waaronder het verwijderen van een dwarsmuur en kolom en het uithakken van een keldermuur, een verandering van de draagconstructie vormen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. De Afdeling stelt vast dat de werkzaamheden geen verandering van de draagconstructie zijn, mede omdat de betrokken keldermuur een niet-dragende voorzetwand betreft. Het college heeft dit standpunt onderbouwd met deskundigenrapporten en bouwtekeningen.
Verder is geoordeeld dat het college appellant niet opnieuw had hoeven te horen over een nieuw rapport, omdat appellant voldoende gelegenheid had schriftelijk te reageren. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat de werkzaamheden geen vergunningplichtige verandering van de draagconstructie vormen.