ECLI:NL:RVS:2026:3936
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- N.H. van den Biggelaar
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering invorderingsbeschikking na herstel keldermuur en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een verzoek om een invorderingsbeschikking af te wijzen. De kern van het geschil ligt in de vraag of de buurman binnen de gestelde termijn de last onder dwangsom, gericht op herstel van de keldermuur tussen twee panden, heeft nageleefd.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht heeft geweigerd tot invordering over te gaan, omdat de herstelwerkzaamheden volgens een memo van Royal Haskoning voldeden aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Appellant voerde aan dat de technische uitgangspunten in de memo onjuist waren, maar de Afdeling bevestigde dat het college een conservatieve en veilige benadering heeft gehanteerd en dat de versterkingsconstructie voldoet aan de wettelijke normen.
Daarnaast verzocht appellant om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling stelde vast dat de redelijke termijn inderdaad is overschreden, maar dat deze procedure geen extra spanning of frustratie heeft veroorzaakt die schadevergoeding rechtvaardigt. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De Afdeling bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd bepaald dat het college geen proceskosten aan appellant hoeft te vergoeden en dat er geen aanleiding is voor vergoeding van proceskosten aan de andere partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.