ECLI:NL:RVS:2026:3974
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overneming private schuld kinderopvangtoeslagaffaire op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Deze uitspraak betreft het hoger beroep van een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire tegen de afwijzing van haar verzoek tot overneming van een private schuld van € 28.050,10 aan een bedrijf. De aanvraag werd door de Belastingdienst/Toeslagen afgewezen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), omdat de schuld niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij vóór die datum betalingsachterstanden had en dat de hardheidsclausule niet hoefde te worden toegepast. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar financiële situatie schrijnend is en dat de afwijzing onevenredig is, onderbouwd met een overzicht van haar inkomsten, uitgaven en minimale bestedingsruimte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat hoewel appellante een krappe financiële situatie heeft, zij in staat is haar maandelijkse verplichtingen na te komen en er geen sprake is van structurele financiële nood. De hardheidsclausule kan slechts in bijzondere schrijnende omstandigheden worden toegepast, die hier niet zijn aangetoond. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot overneming van de private schuld wordt bevestigd.