ECLI:NL:RVS:2026:3986
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 1 december 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 16 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verzoeker heeft tevens een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee hij wil voorkomen dat hij wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen ontvangt.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft het besluit van niet-ontvankelijkverklaring van kracht gedurende de procedure.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt afgewezen.