ECLI:NL:RVS:2026:399
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 juni 2023 een aanvraag van betrokkene om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de minister het bezwaar ongegrond op 27 november 2024. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene op 10 december 2025 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en gaf daarom de voorlopige voorziening.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorlopige voorziening houdt in dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.