ECLI:NL:RVS:2026:3998

Raad van State

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
BRS.26.003396
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bewaring door minister

Verzoeker is op 15 april 2026 door de minister in bewaring gesteld. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank, die op 2 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Verzoeker ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter van de Raad van State overwoog dat de Afdeling op dezelfde dag uitspraak deed op het hoger beroep van verzoeker, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer nodig was. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de minister niet verplicht proceskosten te vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems in aanwezigheid van griffier W.M. Vos op 9 juli 2026. Hiermee blijft de bewaring van verzoeker gehandhaafd en wordt het verzoek om voorlopige voorziening definitief afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de bewaring wordt afgewezen.

Uitspraak

BRS.26.003396
Datum uitspraak: 9 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet:
[verzoeker],
verzoeker.
Procesverloop
Bij besluit van 15 april 2026 heeft de minister verzoeker in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 2 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op het hoger beroep van verzoeker beslist. Daarom treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
2.        Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2026
644-1204