ECLI:NL:RVS:2026:4000
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 november 2025 aanvragen van betrokkenen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 8 juni 2026 deze besluiten vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vereist en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling.
Gelet op de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.