ECLI:NL:RVS:2026:4008
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na beroep
Appellant is op 11 mei 2026 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juni 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling ziet ook geen reden om de bewaring ambtshalve onrechtmatig te achten. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.