ECLI:NL:RVS:2026:4034
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring op grond van Dublinverordening zonder refoulementtoets
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 29 mei 2026 in bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, de zogenaamde Dublinbewaring. Appellant stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het schadeverzoek af.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde aan dat de minister bij het opleggen van de bewaring een refoulementbeoordeling had moeten maken. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van dezelfde datum waarin is geoordeeld dat een dergelijke beoordeling niet vereist is zolang er nog geen overdrachtsbesluit is genomen.
De Afdeling ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken of prejudiciële vragen te stellen. Ook ambtshalve ziet de Afdeling geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en bewaring bevestigd zonder refoulementtoets.