ECLI:NL:RVS:2026:4062
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietiging verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 19 en 20 maart 2026 aanvragen van betrokkenen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde op 11 juni 2026 de beroepen van betrokkenen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de minister binnen zes weken nieuwe besluiten moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de procedure voor de voorlopige voorziening niet geschikt is om het hoger beroep te vervangen. Gezien de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling een beslissing op het hoger beroep heeft genomen.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.