ECLI:NL:RVS:2026:4073
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 Vw Pro 2000. Deze aanvragen zijn bij besluit van 27 februari 2025 niet in behandeling genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 11 november 2025 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 mei 2026 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde verzoeker hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de procedure voor de voorlopige voorziening niet geschikt is voor inhoudelijke beoordeling. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 16 juli 2026 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.