ECLI:NL:RVS:2026:4086
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 27 januari 2026 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 juni 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor een voorlopige voorziening daarvoor niet geschikt is. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems in aanwezigheid van griffier M.A. Huizer op 16 juli 2026.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.