ECLI:NL:RVS:2026:4089

Raad van State

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
BRS.26.003210
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening minister tegen vernietiging verblijfsvergunning asiel door rechtbank

Bij besluit van 2 juni 2025 verleende de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Betrokkene stelde beroep in tegen dit besluit. Op 1 juni 2026 verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep gegrond, vernietigde het besluit van de minister en bepaalde dat binnen zes weken een nieuw besluit moet worden genomen.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.

De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat de minister niet verplicht is de uitspraak van de rechtbank uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster in aanwezigheid van griffier K. Veen op 16 juli 2026.

Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.26.003210
Datum uitspraak: 16 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 1 juni 2026 in zaak nr. NL25.28827 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 2 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 1 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. C.E. Stassen-Buijs, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.        Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. K. Veen, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Veen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026
986