ECLI:NL:RVS:2026:4098
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake grensdetentie en toegang tot Nederland
De minister van Asiel en Migratie weigerde op 10 januari 2025 betrokkene de toegang tot Nederland en legde een vrijheidsontnemende maatregel op. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is en dat de grensdetentie onrechtmatig was, en beval opheffing van de maatregel met schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf. De Afdeling oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel als gespecialiseerde bewaringsaccommodatie kan worden aangemerkt en dat de grensdetentie niet onrechtmatig was.
Betrokkene voerde aan dat het Verdrag van Chicago geen geldige grondslag bood voor terugkeer naar Turkije, maar de Afdeling verwierp dit standpunt en bevestigde dat Annex 9 van het Verdrag van Chicago een andere regeling is in de zin van de Terugkeerrichtlijn. Het beroep van betrokkene werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.