ECLI:NL:RVS:2026:4099
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit buiten behandeling stellen verblijfsvergunning
De minister van Asiel en Migratie stelde op 1 november 2022 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen buiten behandeling. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 8 januari 2024 ongegrond werd verklaard door de minister. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming dienen. De rechtbank had een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek vastgesteld dat eenvoudig te herstellen is.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens wordt een griffierecht van € 559,00 geheven. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. J.C.A. de Poorter.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.