ECLI:NL:RVS:2026:410

Raad van State

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
202407850/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing urgentieverklaring en toepassing hardheidsclausule door college Dordrecht

Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring, welke op 16 juni 2023 is afgewezen. Vervolgens verklaarde het college op 26 oktober 2023 het bezwaar van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank Rotterdam heeft op 14 december 2024 het beroep van appellante tegen het besluit van het college ongegrond verklaard.

Appellante ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank in de rechtsoverwegingen 6.3 en 7.4 overgenomen en bevestigd dat het college niet verplicht was de urgentieverklaring toe te kennen. Hoewel de Afdeling begrip heeft voor de moeilijke situatie van appellante, geldt dit ook voor vele anderen.

De Afdeling heeft specifiek beoordeeld of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Hiervoor is vereist dat een medische verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat de medische problematiek van een van de kinderen van appellante wordt versterkt door de woonsituatie en dat deze situatie leidt tot een medische noodzaak tot verhuizing. Een dergelijke verklaring ontbrak. Daarnaast heeft appellante onvoldoende eigen inspanningen geleverd om het woningprobleem op te lossen, doordat zij niet op woningen heeft gereageerd. Het feit dat de kans op toewijzing bij reactie of loting klein is, rechtvaardigt het niet om van deze eis af te wijken. De Afdeling oordeelt dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen urgentieverklaring toe te kennen of proceskosten te vergoeden.

Uitspraak

202407850/1/A2.
Datum uitspraak: 13 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Dordrecht,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2024 in zaak nr. 23/8028 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht.
Openbare zitting gehouden op 13 januari 2026 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzitter
griffier: mr. H.A. Komduur
Verschenen:
[appellante], bijgestaan door mr. Z.M. Nasir, advocaat in Rotterdam;
Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht, vertegenwoordigd door M. van Groningen-Maaskant.
Als tolk trad op A. Solomon.
Bij besluit van 16 juni 2023 heeft het college een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 14 december 2024 van de rechtbank Rotterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van 26 oktober 2023 ongegrond heeft verklaard.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellante] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
De rechtbank heeft uitvoerig gemotiveerd waarom het college geen urgentieverklaring aan [appellante] hoefde te verlenen. De Afdeling kan zich vinden in de motivering die de rechtbank in de rechtsoverwegingen 6.3 en 7.4 opgenomen overwegingen heeft gegeven. De Afdeling begrijpt dat [appellante] zich in een moeilijke situatie bevindt. Maar dit geldt helaas ook voor vele anderen. De Afdeling heeft in het bijzonder beoordeeld of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Daarvoor is tenminste nodig dat een medische verklaring van een behandelaar van een van de kinderen van [appellante] wordt overgelegd, waaruit volgt dat de medische problematiek van dat kind worden versterkt door de woonsituatie en die woonsituatie leidt tot een medische noodzaak om te verhuizen. Een dergelijke verklaring is niet overgelegd. De Afdeling weegt verder mee dat op het moment dat het besluit van 26 oktober 2023 werd genomen [appellante] onvoldoende eigen inspanningen heeft gedaan om het woningprobleem zelf op te lossen, door niet op woningen te reageren. Het enkele feit dat de kans bij reactie of deelneming aan loting niet groot is maakt nog niet dat het college niet aan deze eis voor toepassing van de hardheidsclausule heeft mogen vasthouden. Dat [appellante] sindsdien meer inspanningen heeft verricht kan, wat daar ook van zij, aan het voorgaande niet afdoen, omdat van de situatie ten tijde van het besluit van 26 oktober 2023 moet worden uitgegaan.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Komduur
griffier
809