ECLI:NL:RVS:2026:4120
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bestuurlijke boete huisvestingsverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 12 februari 2024 een bestuurlijke boete van €10.000 op aan appellant wegens het in gebruik geven van een woning zonder huisvestingsvergunning. Appellant ontving het besluit niet tijdig en maakte op 10 juni 2024 bezwaar, dat het college niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat de aangetekende post niet correct was bezorgd en dat geen afhaalbericht was achtergelaten, mede vanwege bekende problemen met postbezorging in de binnenstad. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht het bewijs en oordeelde dat appellant het vermoeden van correcte bezorging voldoende had ontzenuwd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en bepaalde dat het college het bezwaar alsnog inhoudelijk moet behandelen binnen een gestelde termijn. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het college is opgedragen het bezwaar alsnog inhoudelijk te behandelen.