ECLI:NL:RVS:2026:414
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging overdrachtstermijn door minister van Asiel en Migratie
De minister van Asiel en Migratie heeft appellant bij brief van 22 september 2025 geïnformeerd over de verlenging van de overdrachtstermijn met twaalf maanden. Appellant heeft tegen dit verlengingsbesluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 20 november 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en geoordeeld dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 27 januari 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.