ECLI:NL:RVS:2026:4154
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor aanbouw en kelder in strijd met bestemmingsplan Vogelwijk
Appellanten hebben op 12 oktober 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen en vergroten van hun woning aan een locatie in Den Haag, met wijzigingen tot 17 februari 2021. Het college van burgemeester en wethouders weigerde de vergunning op 10 maart 2021 omdat het plan in strijd was met het bestemmingsplan "Vogelwijk". Het college was niet bereid af te wijken van het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het college de vergunbaarheid van de kelder niet los van de aanbouw hoefde te beoordelen. Appellanten stelden in hoger beroep dat de kelder en aanbouw afzonderlijk beoordeeld moesten worden en dat artikel 2.21 van de Wabo van toepassing was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 2.21 Wabo alleen toepassing vindt indien een aanvraag betrekking heeft op verschillende activiteiten en de aanvrager daarom verzoekt. Hier betreft het project dezelfde activiteiten (bouwen en afwijken bestemmingsplan) die onlosmakelijk met elkaar samenhangen. Daarom is geen ruimte voor gesplitste beoordeling. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit is afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.