ECLI:NL:RVS:2026:4192
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gedoogplicht aanleg laagspanningskabel op perceel
De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 18 november 2025 aan verzoekers een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel op hun perceel in Breukelen. Verzoekers, eigenaren van het perceel met een legakker en recreatiewoning, zijn het niet eens met deze gedoogplicht en stellen dat alternatieve tracés met minder impact mogelijk zijn.
De rechtbank Noord-Holland heeft op 15 april 2026 het beroep van verzoekers tegen dit besluit ongegrond verklaard. Verzoekers hebben hiertegen hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Raad van State. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 9 juli 2026.
De voorzieningenrechter overweegt dat de werkzaamheden ongeveer 14 werkdagen duren en dat er geen concrete startdatum is vastgesteld, waardoor geen spoedeisend belang bestaat. De behandeling van het hoger beroep staat gepland op 1 september 2026, zodat er geen onomkeerbare schade zal ontstaan voordat de bodemprocedure is afgerond.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, met de mogelijkheid voor verzoekers om een nieuw verzoek in te dienen bij nieuwe omstandigheden. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gedoogplicht voor de aanleg van de laagspanningskabel wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.