ECLI:NL:RVS:2026:4195
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 7 mei 2026 aanvragen van betrokkenen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft bij mondelinge uitspraak van 12 juni 2026 deze besluiten vernietigd en de minister opgedragen binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede vanwege prejudiciële vragen over Griekse statushouders, en dat de procedure zich niet leent voor een snelle beslissing.
Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.