ECLI:NL:RVS:2026:4200
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 6 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 april 2026 ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure meldde de minister dat appellant met onbekende bestemming was vertrokken en dat de gemachtigde van appellant geen contact meer had met appellant, ondanks de gelegenheid daartoe.
De Afdeling concludeerde dat appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 20 juli 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang van appellant.