ECLI:NL:RVS:2026:4202
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 juli 2024 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 mei 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van de voorlopige voorziening, mede omdat de minister binnen zes maanden een nieuw besluit moet nemen en voor die tijd een uitspraak op het hoger beroep wordt verwacht. Het verzoek werd daarom afgewezen en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.