ECLI:NL:RVS:2026:4203
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na wisselende verklaringen over demonstratie
De minister van Asiel en Migratie wees op 20 oktober 2025 de aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 mei 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant wisselende verklaringen gaf over zijn betrokkenheid bij een demonstratie, waardoor zijn verhaal niet samenhangend en aannemelijk is. De minister heeft alle relevante feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang beoordeeld. Het ontbreken van documenten was niet doorslaggevend voor het oordeel over de geloofwaardigheid.
De Raad van State ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen over het toegepaste toetsingskader, mede gelet op recente arresten van het Hof van Justitie van de EU. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.