ECLI:NL:RVS:2026:4207

Raad van State

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
BRS.26.000092
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vertrek naar land van herkomst en beëindiging verblijfsprocedure

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure informeerde de minister de Afdeling dat appellant met hulp van de IOM naar Syrië, zijn land van herkomst, was vertrokken. In de door appellant ondertekende vertrekverklaring stemde hij expliciet in met de beëindiging van nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel.

Gelet op het vertrek en de beëindiging van de procedures heeft appellant geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant is vertrokken naar Syrië en geen belang meer heeft bij de procedure.

Uitspraak

BRS.26.000092
Datum uitspraak: 20 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 december 2025 in zaak nr. NL25.40815 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Bij uitspraak van 12 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. van Werven, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend. Appellant heeft daarop gereageerd.
Overwegingen
1.        De minister heeft de Afdeling bij brief van 26 juni 2026 laten weten dat appellant met hulp van de IOM is vertrokken naar Syrië, zijn land van herkomst. In de door appellant ondertekende vertrekverklaring staat expliciet dat hij ermee instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. Gelet daarop heeft appellant dan ook geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep over het uitblijven van een besluit over het verkrijgen van een verblijfstitel.
2.        Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026
977