ECLI:NL:RVS:2026:4207
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vertrek naar land van herkomst en beëindiging verblijfsprocedure
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure informeerde de minister de Afdeling dat appellant met hulp van de IOM naar Syrië, zijn land van herkomst, was vertrokken. In de door appellant ondertekende vertrekverklaring stemde hij expliciet in met de beëindiging van nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel.
Gelet op het vertrek en de beëindiging van de procedures heeft appellant geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant is vertrokken naar Syrië en geen belang meer heeft bij de procedure.