ECLI:NL:RVS:2026:4208
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 12 maart 2026 niet in behandeling is genomen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 juli 2026 ongegrond verklaarde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorziening geschikt is. Gezien de belangen van verzoeker wordt bepaald dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 17 juli 2026 door voorzieningenrechter M.C. Stoové, in aanwezigheid van griffier W.M. Vos. De voorlopige voorziening biedt verzoeker bescherming gedurende de duur van het hoger beroep.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.