ECLI:NL:RVS:2026:4214
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting naar Algerije
De minister van Asiel en Migratie stelde betrokkene op 22 december 2025 in bewaring. Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel, waarop de rechtbank Den Haag op 5 januari 2026 de bewaring ophefte en de minister veroordeelde tot schadevergoeding en proceskosten.
De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, mede vanwege het ontbreken van een reactie op de laissez-passeraanvraag sinds mei 2023 en het gebrek aan concrete aanwijzingen dat de Algerijnse autoriteiten spoedig zouden meewerken.
Wel stelde de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte twee punten toekende voor proceskosten, terwijl volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht slechts één punt voor het beroepschrift toekwam. De Afdeling vernietigde daarom dat deel van het vonnis en stelde de proceskostenvergoeding vast op € 943,00. De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding aan betrokkene wordt verminderd tot € 943,00, terwijl de overige onderdelen van het vonnis worden bevestigd.