ECLI:NL:RVS:2026:4233
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan asielzoeker
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 12 februari 2026 is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft op 24 juni 2026 het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing gegrond verklaard. Verzoeker heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede vanwege prejudiciële vragen over Griekse statushouders die recent zijn gesteld. Omdat deze procedure zich niet leent voor dat nader onderzoek, wordt een voorlopige voorziening getroffen. Deze voorziening houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 22 juli 2026 door voorzieningenrechter M. den Heyer.
Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen uitzetting en krijgt opvang totdat op het hoger beroep is beslist.