ECLI:NL:RVS:2026:4253

Raad van State

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
202601187/2/A3 en 202601201/2/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.P.M. van Ravels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 109 Verordening (EU) 2017/745
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake openbaarmaking documenten over transvaginale bekkenbodemmatjes

Stichting Bureau Clara Wichmann (BCW) verzocht de minister van Volksgezondheid om informatie over transvaginale bekkenbodemmatjes (TVM) openbaar te maken. De minister heeft dit verzoek gedeeltelijk ingewilligd via meerdere deelbesluiten. Ethicon en Coloplast, producenten van medische hulpmiddelen waaronder TVM, zijn tegen deze openbaarmaking. Ethicon verzocht de voorzieningenrechter om openbaarmaking uit te stellen totdat de Raad van State inhoudelijk heeft beslist op het hoger beroep en het beroep van rechtswege.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er een spoedeisend belang is bij Ethicon vanwege de mogelijke onomkeerbare gevolgen van openbaarmaking. De vraag of openbaarmaking in strijd is met EU-verordening 2017/745 en andere juridische kwesties moeten in de bodemprocedure worden beantwoord. BCW heeft al een groot deel van de documenten ontvangen en heeft minder zwaarwegend belang bij onmiddellijke openbaarmaking.

Daarom wordt het verzoek van Ethicon toegewezen en wordt de minister voorlopig verboden de resterende documenten openbaar te maken totdat de Raad van State heeft beslist op de hoger beroepen en beroepen van rechtswege. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt voorlopige openbaarmaking van documenten over TVM totdat de bodemprocedure is afgerond.

Uitspraak

202601187/2/A3 en 202601201/2/A3.
Datum uitspraak: 22 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), hangende de hoger beroepen van:
1.       Stichting Bureau Clara Wichmann (BCW)
2.       Ethicon Inc. en andere (Ethicon), gevestigd in New jersey (Verenigde Staten),
verzoekers,
tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 5 maart 2026 in zaak nrs. 24/2056, 25/2481, 25/3306, 25/3307, 25/3444, 25/4115 en 25/4549 in het geding tussen:
BCW
en
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
En
Ethicon
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 maart 2026 in zaak nr. 25/2996 in het geding tussen:
Ethicon
en
de minister.
Procesverloop
Bij vier deelbesluiten van 14 oktober 2022, 30 november 2022, 30 januari 2023 en 13 maart 2023 heeft de minister het verzoek van BCW om informatie over transvaginale bekkenbodemmatjes/mesh (TVM) gedeeltelijk toegewezen.
202601187/2/A3
Bij besluiten van 25 maart 2024 (deelbesluit 1), 14 mei 2025 (deelbesluiten 2 en 3) en 30 mei 2025 (deelbesluit 4) heeft de minister onder meer beslist op de bezwaren die BCW heeft gemaakt.
Bij uitspraak van 5 maart 2026 heeft de rechtbank, voor zover van belang, de door BCW tegen die besluiten op bezwaar ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten gedeeltelijk vernietigd en de minister opgedragen om nieuwe besluiten op de bezwaren van BCW, Ethicon en Coloplast B.V. te nemen.
Tegen deze uitspraak hebben BCW en Ethicon hoger beroepen ingesteld.
202601201/2/A3
Bij afzonderlijke besluiten van 7 maart 2025 (deelbesluit 1), 14 mei 2025 (deelbesluiten 2 en 3) en 30 mei 2025 (deelbesluit 4) heeft de minister onder meer beslist op de bezwaren die Ethicon heeft gemaakt.
Bij uitspraak van 5 maart 2026 heeft de rechtbank heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep van Ethicon ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Ethicon hoger beroepen ingesteld.
Beide zaaknummers
Bij besluit van 7 mei 2026 heeft de minister uitvoering gegeven aan de opdracht van de rechtbank en opnieuw beslist op de bezwaren van BCW, Ethicon en Coloplast.
Ethicon en BCW hebben tegen dat besluit op bezwaar gronden ingediend.
Ethicon heeft de voorzieningenrechter ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister en BCW hebben gereageerd op dit verzoek van Ethicon.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op de zitting van 9 juli 2026, waar Ethicon, vertegenwoordigd door mr. K. van Lessen Kloeke, advocaat in Rotterdam, BCW, vertegenwoordigd door mr. C.N.J. Kortmann, advocaat in Amsterdam en de minister, vertegenwoordigd door mr. E. van Brandwijk, advocaat in Rotterdam, zijn verschenen. Voorts is op de zitting Coloplast, vertegenwoordigd door mr. J.H.A. van der Grinten, advocaat in Amsterdam, als partij gehoord.
Overwegingen
1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Inleiding
2.       Ethicon en Coloplast produceren medische hulpmiddelen, waaronder in het verleden ook TVM.
BCW wil onderzoek doen naar hoe de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is omgegaan met klachten van vrouwen over het gebruik van TVM. Om die reden heeft zij de minister verzocht om de informatie daarover openbaar te maken. Dat heeft de minister gedeeltelijk gedaan.
Heel kort samengevat vindt Ethicon dat de minister minder informatie openbaar moet maken en wil BCW juist meer informatie.
Verzoek om voorlopige voorziening van Ethicon
3.       Ethicon verzoekt om te wachten met de openbaarmaking van documenten totdat de Afdeling op haar hoger beroep en beroep van rechtswege tegen het nieuwe besluit op bezwaar heeft beslist. Openbaarmaking van de documenten leidt volgens Ethicon tot onomkeerbare gevolgen terwijl de Afdeling nog inhoudelijk moet oordelen over de juistheid van de uitspraak van de rechtbank en het naar aanleiding daarvan genomen nieuwe besluit op bezwaar.
Reacties op dit verzoek van de minister en BCW
4.       De minister is bereid te wachten met de feitelijke openbaarmaking van de documenten. BCW is het daar niet mee eens. Zij betoogt onder meer dat de behandeling van haar verzoek zonder haar schuld al heel lang heeft geduurd en dat de vrouwen voor wie zij opkomt een groot belang hebben bij spoedige openbaarmaking van de documenten.
Oordeel van de voorzieningenrechter
5.       De voorzieningenrechter wijst het verzoek van Ethicon toe.
5.1.    De voorzieningenrechter acht in dit geval een spoedeisend belang aanwezig bij Ethicon. Aannemelijk is dat de informatie in de documenten gegevens bevat over de producten en bedrijfsvoering van Ethicon. Als die informatie openbaar wordt gemaakt, dan blijft die informatie kenbaar voor publiek.
De vragen die in deze procedure aan de orde zijn, lenen zich niet voor beantwoording in de voorlopige voorzieningenprocedure. Partijen zijn het onder meer niet met elkaar eens of openbaarmaking in strijd is met artikel 109 van Pro de Verordening (EU) 2017/745. Die vraag en de andere moeten in de bodemprocedure worden beantwoord. Daarom ziet de voorzieningenrechter ook af van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. De voorzieningenrechter zal de vraag of vooruitlopend op de beoordeling van het hoger beroep een voorlopige voorziening moet worden getroffen, beantwoorden aan de hand van een belangenafweging.
5.2.    De voorzieningenrechter kent aan het belang van Ethicon een zwaarder gewicht toe en oordeelt dat de documenten nog niet openbaar mogen worden gemaakt. De redenen daarvoor zijn de volgende. De minister heeft met het nieuwe besluit op bezwaar de uitspraak van de rechtbank uitgevoerd. Als de documenten nu openbaar worden gemaakt, heeft de behandeling van het hoger beroep en van het beroep van rechtswege van Ethicon in de bodemzaak feitelijk geen zin meer. Het belang van Ethicon heeft de voorzieningenrechter afgewogen tegen het belang dat BCW heeft aangevoerd. Daaraan komt in dit geval minder gewicht toe. BCW heeft naar aanleiding van haar verzoek al bijna 2550 documenten ontvangen. In de hoger beroepen gaat het nog om 152 documenten. Zij beschikt dus al over een aanzienlijk deel van de informatie.
Proceskosten
6.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
treft de voorlopige voorziening dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de documenten genoemd onder punt 73A van het verzoekschrift niet openbaar maakt totdat de Afdeling heeft beslist op de hoger beroepen en de beroepen van rechtswege in de bodemzaak.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Van Ravels
voorzieningenrechter
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026
290