ECLI:NL:RVS:2026:4254
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inzageverzoek persoonsgegevens op grond van AVG
Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 april 2025, waarin het beroep van appellant tegen het besluit op zijn verzoek om inzage in persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ongegrond werd verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar mondelinge uitspraak van 20 juli 2026 het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Afdeling benadrukt dat op grond van de AVG het Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd een overzicht moet verstrekken dat appellant in staat stelt zijn rechten uit te oefenen, maar dat het verstrekken van originele documenten slechts in uitzonderlijke gevallen vereist is.
Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het verkrijgen van de originele documenten onontbeerlijk is voor de uitoefening van zijn rechten. De Afdeling verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en eerdere uitspraken van de Afdeling, waarin is bepaald dat alleen in uitzonderlijke situaties originele documenten moeten worden verstrekt.
Verder is aangegeven dat appellant, indien hij het niet eens is met de gegevens in het verstrekte overzicht, een rectificatieverzoek kan indienen. De proceskosten worden niet aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.