ECLI:NL:RVS:2026:4275

Raad van State

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
202200426/4/R3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.1.6 Besluit omgevingsrechtArt. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Vooroorlogse Wijken omgeving Heemafterrein-Bornsestraat wegens gebreken in cultuurhistorische motivering en woonvisie

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 22 juli 2026 het bestemmingsplan "Vooroorlogse Wijken omgeving Heemafterrein-Bornsestraat" van 24 november 2021 vernietigd. Dit besluit bevatte diverse gebreken, waaronder het niet opnemen van het advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed in de plantoelichting, strijd met de Woonvisie Hengelo 2016-2026 en onvoldoende motivering van afwijkingen van parkeernormen.

Na een tussenuitspraak in december 2024 werd de raad van Hengelo opgedragen de gebreken te herstellen. Bij besluit van 16 april 2025 stelde de raad het plan gewijzigd vast. De Afdeling oordeelde dat de raad met dit herstelbesluit voldoende had voldaan aan de opdracht, onder meer door het opnemen van het woningbouwprogramma en een onderbouwde afwijking van de parkeernorm.

De beroepsgronden die na de tussenuitspraak werden ingebracht, zoals over parkeerplaatsen en strijd met de omgevingsvisie, werden niet-ontvankelijk verklaard. De bezwaren over schaduwwerking en cultuurhistorische waarden werden inhoudelijk beoordeeld, maar niet gegrond verklaard. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de appellanten.

De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering bij bestemmingsplannen, met name ten aanzien van cultuurhistorische waarden en beleidskaders zoals de woonvisie, en benadrukt de noodzaak van tijdige en volledige beroepsgronden.

Uitkomst: Het oorspronkelijke bestemmingsplan wordt vernietigd, het herstelbesluit wordt niet vernietigd en de raad wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

202200426/4/R3.
Datum uitspraak: 22 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1.       Erfgoedvereniging Bond Heemschut, vereniging tot bescherming en instandhouding van cultureel erfgoed in Nederland, gevestigd in Amsterdam (Erfgoedvereniging Heemschut),
2.       Stichting Erfgoed Hengelo (ST.E.H.) en Vereniging van Eigenaren Appartementencomplex "Paladijn", gevestigd in Hengelo (Stichting Erfgoed Hengelo en anderen),
3.       Stichting 't Neutje, gevestigd in Hengelo,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Hengelo,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 4 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5005, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 24 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Vooroorlogse Wijken omgeving Heemafterrein-Bornsestraat" te herstellen.
Bij besluit van 16 april 2025 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.
Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen, Stichting ’t Neutje en [partij] hebben, daartoe in de gelegenheid gesteld, een zienswijze ingebracht.
De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld op 5 maart 2026 waar Erfgoedvereniging Heemschut, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], Stichting Erfgoed Hengelo en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde B], Stichting ’t Neutje, vertegenwoordigd door [gemachtigde C], en de raad, vertegenwoordigd door R. Jacobs, D. Zwierstra en M. Brummelhuis, zijn verschenen. Voorts is op zitting [partij], vertegenwoordigd door mr. M.H. Blokvoort, advocaat te Deventer, en [gemachtigde D], als partij gehoord.
Overwegingen
De tussenuitspraak
1.       De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 4 december 2024 verschillende gebreken geconstateerd. Zo heeft de Afdeling in overweging 6.4 overwogen dat er sprake was van strijd met artikel 3.1.6, eerste lid, onder c, van het Besluit omgevingsrecht, omdat de raad heeft nagelaten om de uitkomst van het advies van en het overleg met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) op te nemen in de plantoelichting. Hierdoor is ook onduidelijk of, en zo ja, op welke wijze de adviezen van de RCE in de besluitvorming zijn betrokken.
In overweging 7.2 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat sprake is van strijd met de "Woonvisie Hengelo 2016-2026" (hierna: de Woonvisie). De woningen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn namelijk niet opgenomen in het Woningbouwprogramma 2023-2032, dat deel uitmaakt van de Woonvisie.
Verder heeft de Afdeling in overweging 9.1 van de tussenuitspraak overwogen dat de gehanteerde norm van 1,3 parkeerplaats per woning niet in overeenstemming is met de parkeernormen van de "Nota Autoparkeren Hengelo 2008 - 2012" (parkeernota). Uit de plantoelichting of andere stukken blijkt ook niet dat het de bedoeling is geweest om van die norm af te wijken. Een dergelijke afwijking is ook niet gemotiveerd.
Tot slot heeft de Afdeling in overweging 10.1 van de tussenuitspraak overwogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het plan niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de bezonningssituatie in de omgeving, waaronder de bezonningssituatie van de bewoners van "de Paladijn".
2.       Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad meerdere onderdelen van de plantoelichting gewijzigd.
3.       Het besluit van 6 april 2025 is op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede onderwerp van dit geding. De beroepen van Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje zijn dus van rechtswege mede gericht tegen dit besluit.
Voor [partij] is geen beroep van rechtswege ontstaan als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, omdat [partij] in de zienswijze te kennen heeft gegeven dat zij zich met het herstelbesluit kan verenigen.
4.       De Afdeling zal hierna aan de hand van de zienswijzen beoordelen of de raad met het besluit van 6 april 2025 heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak.
Omvang van het geding
5.       Voor zover Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje in hun zienswijze betogen dat er met het plan honderdvijftig parkeerplaatsen in het plangebied verloren gaan en er geen rekening is gehouden met de parkeerbehoefte van verschillende ontwikkelingen in de omgeving, overweegt de Afdeling dat dit voor het eerst is aangevoerd na de tussenuitspraak. Hiermee hebben zij hun beroepsgronden na de tussenuitspraak uitgebreid met nieuwe, niet eerder aangedragen beroepsgronden die zij al tegen het oorspronkelijke besluit naar voren hadden kunnen brengen. Dit is gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting en de rechtszekerheid van de andere partijen, in het licht van de goede procesorde, niet aanvaardbaar. De Afdeling zal wat Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje in dit verband aanvoeren, dan ook niet bespreken.
Cultuurhistorische waarden
6.       Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje betogen dat de raad het gebrek dat in overweging 6.4 van de tussenuitspraak is geconstateerd, niet heeft hersteld. Zij voeren aan dat de raad onvoldoende heeft gedaan met de aanwijzingen die de RCE heeft opgenomen in het advies.
Volgens Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje is er voorafgaand aan het voorontwerpbestemmingsplan geen ruimtelijke analyse van de cultuurhistorie opgesteld naast een stedenbouwkundige verkenning. Het rapport van KOW Architecten van 29 mei 2020 dat als bijlage 7 is gevoegd bij de plantoelichting, waar de raad naar verwijst, volstaat niet. Ten eerste is KOW Architecten geen onafhankelijk adviseur, omdat zij vaker samenwerkt met de projectontwikkelaar. Ten tweede wordt er in het rapport niet gerefereerd aan de criteria die zijn ontleend aan de te beschermen monumentale waarden, zoals de waarden op basis waarvan de gemeentelijke en rijksmonumenten in de omgeving van het plangebied als monument zijn aangewezen. Ook had ingespeeld moeten worden op de stedenbouwkundige opzet van Thiemsland en de bebouwing langs de historische wegenstructuur van de Deldenerstraat en de Bornsestraat. Een dergelijke toetsing had moeten leiden tot een of meer voorkeursvarianten, maar ook daar voorziet het rapport niet in. Bovendien kan de in het verleden aanwezige fabrieksschoorsteen niet ter rechtvaardiging van het 40 m hoge woongebouw worden gebruik, zoals de raad in de plantoelichting heeft gedaan. Die situatie is in zijn geheel achterhaald door ontwikkelingen van daarna. De erfgoedwaarden werden pas zichtbaar nadat het Heemafcomplex gesloopt was.
Verder voeren deze partijen aan dat het karakter van de Bornsestraat als historische route niet versterkt wordt, omdat het bestemmingsplan voorziet in een invulling met rijtjeshuizen. Dat hiermee de verschijningsvorm en massa van de voormalige fabrieksbebouwing terugkomt en dat daarmee het meest recht wordt gedaan aan de monumenten langs de Bornsestraat, volgen zij niet, aangezien het niet door een deskundige is bevestigd. Zij wijzen er daarbij op dat in het verleden geen grondgebonden woningen aanwezig waren, de aanwezige monumenten ook geen aanknopingspunten bevatten voor de invulling met rijtjeshuizen en die invulling ook geen recht doet aan de voormalige bebouwing en bestaande monumenten. In plaats daarvan had er gekozen moeten worden om de straatwand in te vullen met bebouwing van allure, bijvoorbeeld door een wand met hoogbouw van ten minste vier of vijf bouwlagen.
Ook voeren deze partijen aan dat het teruggelegen deel van de ontwikkellocatie geen respect heeft voor en niet aansluit bij de omliggende terreinen, omdat het plan daar een woontoren van 40 m hoog mogelijk maakt. Er is ook geen sprake van aandacht voor de zichtrelaties met en een respectabele verhouding tot de klokkentoren van het stadhuis en de Sint Lambertusbasiliek. De woontoren detoneert volgens hen bij de schaal en inrichting van de omgeving, waardoor het de plek en de monumenten ook degradeert. Dat deze woontoren ervoor zorgt dat de impact op de monumenten beperkt blijft, kunnen zij niet volgen.
6.1.    Het advies van de RCE is als bijlage 6 aan de plantoelichting gevoegd. In het advies staat, verkort weergegeven, het volgende.
Ten eerste adviseert de RCE om in het voorontwerpbestemmingsplan deugdelijk te motiveren hoe rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden bij de voorgestelde bestemming en ontwikkelmogelijkheden.
Ten tweede adviseert de RCE om een ruimtelijke analyse voor cultuurhistorie op te stellen naast een stedenbouwkundige verkenning, om zo een scherper beeld te krijgen van de relevante ruimtelijke erfgoedstructuren die richtinggevend kunnen zijn voor de ontwikkeling.
Ten derde geeft de RCE mee dat het karakter van de Bornsestraat als historische route kan worden versterkt door het aanhelen van de straatwand en rooilijn. De aanwezige monumenten bieden daartoe aanknopingspunten. Ook wordt aandacht gevraagd voor respect en aansluiting bij de beschermde terreinen en aandacht voor zichtrelaties met en een respectabele verhouding tot de klokkentoren van het stadhuis en Sint Lambertusbasiliek.
6.2.    De raad heeft in paragraaf 5.3.5.5 van de plantoelichting toegelicht wat er gedaan is met het advies van de RCE. Onder het kopje "Ruimtelijke analyse" heeft de raad toegelicht dat er ontwerpsessies zijn geweest die hebben geleid tot een rapport waarin aandacht is besteed aan de historische context, groenstructuren, mogelijke bouwhoogtes, de aanwezige monumenten en stedenbouwkundige kansen. Daarbij is gekeken hoe met respect voor het gebied en de bestaande planologische mogelijkheden tot een optimale invulling van het plangebied kan worden gekomen. Vanuit historisch perspectief is de conclusie getrokken dat het aansluiten bij de vroegere industriële bebouwing langs de Bornsestraat het meest recht doet aan de monumenten langs de Bornsestraat. Op het achtergelegen gebied heeft een hoge schoorsteen gestaan. Op die plek was in het voorgaande bestemmingsplan al een woontoren met een hoogte van 40 m toegestaan. Gelet op de huidige situatie op de woningmarkt, die anders is dan ten tijde van het voorbereidingsbesluit, is besloten om vast te houden aan de woontoren op deze plek. Daarmee blijft de impact op de monumenten beperkt en wordt het zicht op de klokkentoren van het stadhuis en de Sint Lambertusbasiliek zo weinig mogelijk verstoord. Het voorgaande is vastgesteld in de gebiedsanalyse van KOW Architecten (gebiedsanalyse) die als bijlage 7 aan de plantoelichting is gevoegd.
Onder het kopje "Bebouwing Bornsestraat" is verder toegelicht dat de stedelijke wand van de Bornsestraat op basis van de gebiedsanalyse wordt afgerond met grondgebonden woningen die aan de Locomotief worden gekoppeld. Daarmee komt de verschijningsvorm en massa van de voormalige fabrieksbebouwing terug en wordt een belangrijk deel van het industriële verleden van Hengelo qua stedenbouwkundige structuur teruggebracht. Deze keuzes komen volgens de raad overeen met het advies van de RCE.
Daarnaast is onder het kopje "Achterliggend gebied" toegelicht dat het plan de mogelijkheid biedt om het achterliggende gebied meer openheid te geven dat nu het geval is. De nieuwe structuur nodigt met name voetgangers meer uit om de historische contouren van Huys Hengelo te bekijken. Wat betreft de hoogte van de toekomstige bebouwing is alleen de woontoren fors te noemen. Deze ligt in het noordelijke gedeelte van het plangebied, dichtbij de begraafplaats. Door die locatie wordt het zicht op de klokkentoren van het stadhuis en de Sint Lambertusbasiliek, die ten zuiden van het plangebied liggen, niet noemenswaardig ingeperkt. Ten noorden van het plangebied zijn op het moment al de hoge bomen van de begraafplaats aanwezig. Met betrekking tot de rest van de overige bouwblokken in het plangebied geldt dat de bouwhoogte lager is dan de bebouwing die gelegen is tussen het plangebied en de klokkentoren en de Sint Lambertusbasiliek. De oppervlakte van de bouwlokken is bovendien beperkt, waardoor de zichtlijnen nauwelijks worden verstoord door het plan. Ook dit onderdeel sluit volgens de raad daarom aan bij het advies van de RCE.
6.3.    De Afdeling overweegt dat de raad op de zitting heeft toegelicht dat bij de totstandkoming van de gebiedsanalyse gekeken is naar de historische context van het gehele terrein en de omgeving. Er heeft overleg plaatsgevonden tussen verschillende partijen, waaronder de deskundigen van de gemeente Hengelo en KOW Architecten. Aan de hand van de input van de partijen is in kaart gebracht welke elementen in het plangebied en de directe omgeving daarvan van belang zijn. Zo is er onder andere gesproken over het aanhelen van de wand aan de Bornsestraat en het vergroten van de openheid van het terrein en de beleefbaarheid. De input van de partijen is vervolgens getoetst om te bezien welke varianten voor het gebied denkbaar waren. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de zeven varianten die in de gebiedsanalyse zijn opgenomen.
De raad heeft verder toegelicht dat de kansenkaart op pagina 30 van de gebiedsanalyse een samenvatting bevat van de elementen die uiteindelijk tot de gekozen variant hebben geleid. Op deze kaart van het plangebied zijn namelijk verschillende waarden en uitgangspunten met rode sterren en korte beschrijvingen aangeduid. Daarop zijn het monument Huys Hengelo en de locatie waar aanheling van de wand aan de Bornsestraat plaatsvindt gemarkeerd met een ster en het woord "historie", is de Oude Algemene Begraafplaats onder meer aangeduid met "groen - rust" en is ter plaatse van het monument de Locomotief de aanduiding "monument - horeca bedrijfsmatig cat. 3 en laden/lossen" opgenomen.
Gelet op de toelichting van de raad, ziet de Afdeling in wat Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat niet met de gebiedsanalyse kon worden volstaan. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de RCE in het advies niet heeft voorgeschreven dat er gerefereerd moest worden aan criteria die ontleend zijn aan de monumentale waarden. Evenmin is voorgeschreven dat ingespeeld moet worden op de stedenbouwkundige opzet van Thiemsland. De Afdeling ziet ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de gebiedsanalyse niet heeft kunnen gebruiken, omdat KOW Architecten geen onafhankelijk adviseur is. De enkele omstandigheid dat KOW Architecten vaker met de ontwikkelaar samenwerkt, is daarvoor onvoldoende.
Wat betreft het betoog over het gebrek aan versterking van het karakter van de Bornsestraat als historische route, overweegt de Afdeling dat de RCE heeft aangegeven dat deze versterking kan plaatsvinden door het aanhelen van de straatwand en de rooilijn. In de plantoelichting is toegelicht dat de stedelijke wand van de Bornsestraat wordt afgerond met grondgebonden woningen die aan de Locomotief worden gekoppeld en dat daarmee de verschijningsvorm van de voormalige fabrieksbebouwing terugkomt. Op de zitting heeft de raad daaraan toegevoegd dat de woningen aansluiten op de Locomotief als een wagonnetje. De omstandigheid dat Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje van mening zijn dat aan de verschijningsvorm en massa van de voormalige fabrieksbebouwing onvoldoende recht wordt gedaan met de invulling met deze bebouwing en dat er in plaats daarvan bijvoorbeeld hoogbouw van vier of vijf bouwlagen gerealiseerd moet worden, maakt niet dat de raad zich niet redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat met de beoogde bebouwing aan het advies van de RCE wordt voldaan. In de omstandigheid dat het standpunt van de raad niet bevestigd is door een deskundige, ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel.
Over het betoog dat het teruggelegen deel van het plangebied met de woontoren geen respect heeft voor en niet aansluit bij de omliggende terreinen, overweegt de Afdeling het volgende. Op de zitting heeft de raad bevestigd dat de klokkentoren van het stadhuis en de Sint Lambertusbasiliek een hoogte hebben van 59 m respectievelijk 79 m. Dat, zoals Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje stellen, de woontoren van 40 m geen respectabele verhouding heeft tot deze gebouwen volgt de Afdeling daarom niet. Zij hebben ook niet nader onderbouwd waarom de zichtlijnen tot deze gebouwen zouden worden verstoord door de realisatie van de woontoren. De raad heeft nog toegelicht dat de woontoren ook respect heeft voor en aansluit bij de Oude Algemene Begraafplaats, gelet op de hoge bomen die daar aanwezig zijn. De raad heeft ook toegelicht dat de afstand tussen de Oude Algemene Begraafplaats en het bouwvlak voor de woontoren vergroot is, zodat deze locatie zoveel mogelijk gerespecteerd wordt.
Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende werk heeft gemaakt van de aanwijzingen die de RCE heeft opgenomen in het advies. Daarmee is het geconstateerde gebrek hersteld.
Het betoog slaagt niet.
Woonvisie
7.       Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje betogen dat de raad het gebrek dat in overweging 7.2 van de tussenuitspraak is geconstateerd, niet heeft hersteld. Zij voeren aan dat niet gebleken is dat er een besluit openbaar is gemaakt waarmee de raad de Woonvisie heeft gewijzigd. Bovendien blijkt uit het later opgestelde woningbouwprogramma niet dan wel niet gemotiveerd dat voor het Heemafterrein al bij de omgevingsvisie is voorzien in 94 woningen, dan wel dat er uitdrukkelijk rekening is gehouden met 94 woningen. Als dat al het geval was, is er in ieder geval geen rekening gehouden met de 21 appartementen die door een andere ontwikkelaar gerealiseerd zijn in het HEIM-gebouw.
7.1.    Voor zover Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje aanvoeren dat er sprake is van strijd met de omgevingsvisie, overweegt de Afdeling dat dit voor het eerst is aangevoerd na de tussenuitspraak. Hiermee hebben zij hun beroepsgrond uitgebreid met nieuwe, niet eerder aangedragen beroepsgronden die zij al tegen het oorspronkelijke besluit naar voren hadden kunnen brengen. Dit is gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting en de rechtszekerheid van de andere partijen, in het licht van de goede procesorde, niet aanvaardbaar. De Afdeling laat wat zij in dit verband aanvoeren, dan ook buiten bespreking.
7.2.    Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad dit gebrek hersteld. Daartoe overweegt de Afdeling het volgende. In paragraaf 4.3.2 van de plantoelichting, zoals deze gewijzigd is vastgesteld bij besluit van 16 april 2025, heeft de raad alsnog de volledige tabel van het Woningbouwprogramma 2023-2032 (Woningbouwprogramma) opgenomen. In deze tabel is een woningbouwlocatie "Bornsestraat/Huys en Hoogh" opgenomen. Voor die woningbouwlocatie wordt uitgegaan van 94 woningen. Hieruit blijkt de 94 woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, gereserveerd zijn in het Woningbouwprogramma. Nu het Woningbouwprogramma deel uitmaakt van de Woonvisie Hengelo 2016-2026, betekent dat met de tabel voldoende is gemotiveerd dat de 94 woningen in het plan passen binnen de Woonvisie.
Wat betreft de stelling dat er geen rekening gehouden is met de 21 appartementen in het HEIM-gebouw, overweegt de Afdeling dat deze procedure enkel betrekking heeft op bestemmingsplan "Vooroorlogse Wijken omgeving Heemafterrein-Bornsestraat". De vraag of de 21 appartementen in het HEIM-gebouw binnen de Woonvisie passen, ligt hier daarom niet voor.
Het betoog slaagt niet.
Parkeren
8.       Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje betogen dat de raad het gebrek dat in overweging 9.1 van de tussenuitspraak is geconstateerd, niet heeft hersteld. Zij voeren aan dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er in afwijking van de "Nota Autoparkeren Hengelo 2008 - 2012" (Nota Autoparkeren) een lagere parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen per woning gehanteerd kan worden.
Het plangebied ligt in de "stedelijk zone tot grens wijkring", waarvoor een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woning geldt. De omstandigheid dat het plangebied dichtbij de centrumring en de binnenstad ligt, maakt niet dat er uitgegaan mag worden van een lagere parkeernorm. Volgens deze partijen maakt de omstandigheid dat er sprake is van parkeerregulering evenmin dat er uitgegaan mag worden van een lagere parkeernorm. Bovendien is de stelling dat het plangebied met openbaar vervoer goed te bereiken is niet onderbouwd.
8.1.    In paragraaf 3.3 van de plantoelichting is toegelicht dat het plangebied in de Nota Autoparkeren behoort tot het gebied "stedelijke zone tot grens wijkring", waar een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woning voor de prijsklasse midden geldt. Het plangebied ligt echter in de directe nabijheid van de centrumring en de binnenstad. Ook geldt er in de directe omgeving parkeerregulering in de vorm van betaald parkeren en een blauwe zone. Daarnaast is het plangebied goed te bereiken met het openbaar vervoer. In afwijking van de Nota Autoparkeren wordt daarom de norm voor het gebied "stedelijke zone tot grens centrumring" gehanteerd. Dit betekent dat er een norm geldt van 1,3 parkeerplaatsen per woning van de prijsklasse midden. Het bewonersaandeel van die norm is 1,0 parkeerplaats, het bezoekersaandeel is 0,3 parkeerplaats.
In paragraaf 3.3 van de plantoelichting is verder toegelicht dat de bewoners op eigen terrein zullen parkeren. Er wordt daarom 1 parkeerplaats per woning op eigen terrein gerealiseerd. Voor de bezoekers geldt dat er voldoende parkeerruimte is in de directe omgeving, zoals de Bornsestraat, het parkeerterrein Kloosterhof en de parkeergarage Thiemsbrug. Dat blijkt volgens de raad ook uit de jaarlijkse parkeeronderzoeken. Zo was de hoogst gemeten parkeerdruk in parkeergarage Thiemsbrug in 2023 bijvoorbeeld 51,6%. Dit betekent dat er op het drukste moment nog ongeveer 180 parkeerplaatsen aanwezig waren in die parkeergarage, wat voldoende is om de parkeerbehoefte van de bezoekers, die 29 parkeerplaatsen bedraagt, op te vangen.
8.2.    Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad redelijkerwijs af kunnen wijken van de parkeernorm die in de Nota Autoparkeren is voorgeschreven voor het gebied "stedelijke zone tot grens wijkring". Daarbij acht de Afdeling van belang dat de raad voldoende heeft toegelicht dat het hanteren van een lagere parkeernorm niet leidt tot een onaanvaardbare parkeersituatie. Op de zitting heeft de raad naar voren gebracht dat de toekomstige bewoners niet snel buiten het plangebied gaan parkeren, gelet op de omstandigheid dat er in de omgeving sprake is van betaald parkeren en blauwe zones. Als de toekomstige bewoners, of de bezoekers, toch in de omgeving parkeren leidt dat bovendien niet tot problemen vanwege de huidige bezettingsgraad van de parkeerplaatsen in de omgeving. Daarnaast is het plangebied goed te bereiken met het openbaar vervoer, aangezien er bushaltes in de omgeving van het plangebied zijn gelegen die een verbinding hebben met het centraal station van Hengelo. In wat Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding om de raad hierin niet te volgen. Dit betekent dat de raad het gebrek dat in overweging 9.1 van de tussenuitspraak is geconstateerd, heeft hersteld.
Het betoog slaagt niet.
Schaduw
9.       Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje betogen dat de raad het gebrek dat in overweging 10.1 van de tussenuitspraak is geconstateerd, niet heeft hersteld.
Zij voeren aan dat het beoogde woongebouw zal leiden tot schaduwwerking op de monumentale Oude Algemene Begraafplaats. Volgens hen zal deze schaduwwerking een ingrijpend effect hebben op de bomen die daar aanwezig zijn. Zij vrezen dat de bomen die effecten, in combinatie met de effecten van wind, niet zullen overleven, omdat de wortels van de bomen daar niet op berekend zijn. Er had daarom een onderzoek uitgevoerd moeten worden naar het effect van de schaduwwerking, in combinatie met het te verwachte windklimaat. Bovendien had daarbij ook gekeken moeten worden naar de geohydrologische gevolgen voor de wortels en de oude grafzerken als gevolg van de bodemdruk door het woongebouw. Tot slot had het flora- en faunaonderzoek niet beperkt moeten worden tot het plangebied; de Oude Algemene Begraafplaats had ook deel uit moeten maken van het onderzoeksgebied.
9.1.    De Afdeling stelt voorop dat in de tussenuitspraak al is overwogen dat het betogen over het windklimaat en de geohydrologische gevolgen geen aanleiding geven voor de conclusie dat het plan gebreken bevat.
De Afdeling kan, behalve in uitzonderlijke gevallen, niet terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Dit vanwege de rechtszekerheid van de bij het geschil betrokken partijen, maar ook vanwege het gezag van de tussenuitspraak en het belang van efficiënte en finale geschilbeslechting. Een uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat de Afdeling uitgaat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel.
9.2.    In wat Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje hebben aangevoerd over de schaduwwerking, ziet de Afdeling geen aanleiding voor de vernietiging van het besluit tot gewijzigde vaststelling van het plan. De enkele niet onderbouwde stelling dat de bomen op de Oude Algemene Begraafplaats de schaduwwerking van de beoogde bebouwing niet zullen overleven, is daarvoor onvoldoende.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
10.     Gelet op wat er in de tussenuitspraak is overwogen, zijn de beroepen zijn van Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Vooroorlogse Wijken omgeving Heemafterrein-Bornsestraat" van 24 november 2021 gegrond. Dit besluit dient daarom te worden vernietigd.
Gelet op wat er hiervoor is overwogen, zijn de beroepen van Erfgoedvereniging Heemschut, Stichting Erfgoed Hengelo en anderen en Stichting ’t Neutje tegen het besluit van 16 april 2025, waarbij het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, ongegrond.
11.     De raad moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart de beroepen van Erfgoedvereniging Bond Heemschut, vereniging tot bescherming en instandhouding van cultureel erfgoed in Nederland, Stichting Erfgoed Hengelo (ST.E.H.) en Vereniging van Eigenaren Appartementencomplex "Paladijn" en Stichting ’t Neutje tegen het besluit van de raad van de gemeente Hengelo van 24 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Vooroorlogse Wijken omgeving Heemafterrein-Bornsestraat" gegrond;
II.       vernietigt dit besluit;
III.      verklaart het beroep van Erfgoedvereniging Bond Heemschut, vereniging tot bescherming en instandhouding van cultureel erfgoed in Nederland, Stichting Erfgoed Hengelo (ST.E.H.) en Vereniging van Eigenaren Appartementencomplex "Paladijn" en Stichting ’t Neutje tegen het besluit van de raad van de gemeente Hengelo van 16 april 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Vooroorlogse Wijken omgeving Heemafterrein-Bornsestraat" ongegrond;
IV.     veroordeelt de raad van de gemeente Hengelo tot vergoeding van bij Stichting ’t Neutje in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 71,39;
V.      gelast dat de raad van de gemeente Hengelo aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:
a. € 360,00 aan Erfgoedvereniging Bond Heemschut, vereniging tot bescherming en instandhouding van cultureel erfgoed in Nederland;
b. € 360,00 aan Stichting Erfgoed Hengelo (ST.E.H.) en Vereniging van Eigenaren Appartementencomplex "Paladijn", met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen, het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
c. € 360,00 aan Stichting ’t Neutje.
Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. J.H. van Breda en mr. J.J.W.P. van Gastel, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.W.L. van der Heijden, griffier.
w.g. Hoekstra
voorzitter
w.g. Van der Heijden
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026
884