ECLI:NL:RVS:2026:4296
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bindend negatief studieadvies Universiteit Maastricht bevestigd ondanks persoonlijke omstandigheden
Een studente aan de Universiteit Maastricht kreeg op 15 augustus 2025 een bindend negatief studieadvies (BNSA) vanwege onvoldoende studievoortgang, ondanks meerdere uitstelverzoeken wegens persoonlijke omstandigheden. Het college van beroep voor de examens (CBE) verklaarde het administratief beroep van de studente ongegrond. De studente was gestart in 2019/2020 met de bacheloropleiding Economics and Business Economics en had vanaf 2021/2022 geen ECTS behaald voor eerstejaarsvakken die meetellen voor de BSA-norm.
De studente voerde aan dat zij door het overlijden van haar moeder en grootvader, psychische klachten en een eetstoornis niet in staat was om aan de norm te voldoen. Ook stelde zij dat de universiteit onvoldoende persoonlijke aandacht had gegeven en dat het BNSA onevenredig zwaar was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestuur zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de studente niet geschikt was voor de opleiding, mede omdat zij ondanks uitstel en voorwaarden onvoldoende studievoortgang had geboekt.
De behaalde 26 ECTS voor een stage en het succesvol afronden van een AI-cursus werden niet als voldoende bewijs gezien voor geschiktheid, omdat deze onderdelen wezenlijk verschilden van de verplichte eerstejaarsvakken. Ook was het niet aannemelijk dat de universiteit onvoldoende voorzieningen had getroffen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het BNSA bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het bindend negatief studieadvies is ongegrond verklaard en het advies blijft in stand.