ECLI:NL:RVS:2026:4307
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- G.O. van Veldhuizen
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging regeling waardedaling niet-woningen door aardbevingen in Groningen
Appellant was eigenaar van een pand met winkel- en bedrijfsruimte en bovenwoning in Appingedam en vorderde vergoeding voor waardedaling van het winkelgedeelte vanwege aardbevingsschade. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen kende een schadevergoeding toe op basis van een modelmatige regeling die waardedaling berekent aan de hand van zwaartecategorieën en WOZ-waarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de redelijkheid en aanvaardbaarheid van de regeling. Appellant stelde in hoger beroep dat de regeling onvoldoende ruimhartig is, dat de WOZ-waarde ongeschikt is als uitgangspunt, dat er wel voldoende data zijn om waardedaling nauwkeuriger vast te stellen, en dat bijzondere omstandigheden zoals een niet-actieve markt en zware aardbevingsimpact onvoldoende zijn meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren. De regeling is gebaseerd op advies van een commissie die concludeerde dat waardedaling van niet-woningen niet empirisch kan worden vastgesteld met vergelijkingsmethoden vanwege gebrek aan transactiedata. De WOZ-waarde is een passend uitgangspunt. De regeling houdt rekening met verschillende factoren en marktomstandigheden, en bijzondere omstandigheden zijn niet aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.