ECLI:NL:RVS:2026:4318

Raad van State

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
202601387/3/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijk bestuursdocument

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder. Het college heeft een vertrouwelijke versie van een gedingstuk overgelegd en verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak hiervan kennisneemt, met verwijzing naar artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Afdeling heeft het stuk bestudeerd en vastgesteld dat het niet alleen opmerkingen van appellant bevat, maar ook een ongeschoonde versie van een document dat het college gedeeltelijk openbaar wil maken. De beoordeling of deze informatie openbaar mag worden gemaakt, behoort tot de bodemprocedure. Het verstrekken van deze informatie tijdens de procedure zou de bodemprocedure ondermijnen.

Daarnaast zijn de opmerkingen van appellant in de kantlijn zodanig verweven met de inhoud van het vertrouwelijke document dat verstrekking daarvan ook de inhoud van het document zou prijsgeven. De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming daarom gerechtvaardigd en wijst het toe. De zienswijze van appellant is wel aan alle partijen verstrekt.

Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van het vertrouwelijke stuk wordt toegewezen, zodat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis mag nemen van het stuk.

Uitspraak

202601387/3/A3.
Datum beslissing: 23 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen van:
[appellant], wonend in Noordoostpolder,
appellant,
en
het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder, verweerder.
Procesverloop
[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van het college van 22 april 2026.
Het college heeft de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.
Het gaat om opmerkingen van [appellant], opgenomen in de kantlijn van een document dat het college, naar aanleiding van een verzoek van de Stichting Regionale Omroep Flevoland, voornemens is op grond van de Wet open overheid gedeeltelijk openbaar te maken.
Overwegingen
1.       Het college heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.
2.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.       De Afdeling heeft het stuk gelezen. De Afdeling stelt vast dat het stuk niet alleen de opmerkingen van [appellant] bevatten, maar ook een ongeschoonde versie van een document bevat dat het college gedeeltelijk openbaar wil maken. De vraag of het achterwege blijven van het openbaar maken van de informatie in onder meer dit document terecht is, staat ter beoordeling in het geschil in de bodemprocedure. Die vraag vormt dus het onderwerp van het geschil. Daarom al kan deze informatie niet gedurende de loop van de procedure worden verstrekt. Met verstrekking zou namelijk in zoverre worden vooruitgelopen op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure. Die procedure zou door de verstrekking in zoverre zinloos worden. De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming in zoverre gerechtvaardigd.
4.       Over de opmerkingen in de kantlijn overweegt de Afdeling dat deze zien op specifieke zinnen en zinsgedeeltes van de ongeschoonde versie van voormeld document. De opmerkingen zijn zodanig verweven met de inhoud van dat document dat deze niet los daarvan kunnen worden gezien. Verstrekking van deze opmerkingen zou ertoe leiden dat daarmee ook de inhoud van voormeld document gedeeltelijk wordt prijsgegeven. Gelet op hetgeen onder 3 is overwogen, acht de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming daarom ook in zoverre gerechtvaardigd. Hierbij betrekt de Afdeling dat de zienswijze van [appellant] op de voorgenomen openbaarmaking wel aan alle partijen is verstrekt.
5.       De conclusie is dat de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd acht. Het verzoek moet worden toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Soffner
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026
818