ECLI:NL:RVS:2026:4326
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 3 april 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 8 juli 2026 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, noch vragen over Unierecht oproept. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.