ECLI:NL:RVS:2026:4328
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 16 januari 2026 is afgewezen. De rechtbank heeft op 16 juli 2026 het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de verstrekkingen per 24 juli 2026 worden beëindigd.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 juli 2026 deze voorlopige voorziening toegekend, waarbij is bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de voorlopige voorziening ook ambtshalve kan worden gewijzigd of opgeheven voordat op het hoger beroep is beslist. De uitspraak is in het openbaar gedaan en ondertekend door de voorzieningenrechter en griffier.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.