ECLI:NL:RVS:2026:4393
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B. Blomberg
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid integriteitsmelding tegen burgemeester en wethouders gemeente Bloemendaal
Appellanten dienden op 5 juli 2022 een integriteitsmelding in over de burgemeester en drie wethouders van de gemeente Bloemendaal. De gemeenteraad besloot op 2 februari 2023 in een besloten vergadering om deze melding niet verder te behandelen, waarna de burgemeester dit op 17 februari 2023 aan appellanten mededeelde. Appellanten maakten bezwaar tegen deze beslissing, maar de raad verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de beslissing geen rechtsgevolgen voor appellanten of anderen teweegbracht en daarom geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was.
De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit oordeel op 15 april 2025 en verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat de beslissing wel rechtsgevolg had, omdat de raad door het niet behandelen van de melding haar wettelijke aangifteplicht schond en gemeenschapsgeld gebruikte om integriteitsklachten af te kopen. Tevens betwijfelden zij de procedurele juistheid van de behandeling van de klacht.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gronden van appellanten grotendeels een herhaling waren van eerdere argumenten en dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld dat de beslissing geen besluit was. De verplichting tot aangifte volgens artikel 162 Wetboek Pro van Strafvordering blijft onverkort gelden en staat los van het al dan niet behandelen van de integriteitsmelding. Het gebruik van gemeenschapsgeld voor een verboden doel is geen rechtstreeks gevolg van het niet behandelen van de melding. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de beslissing van de raad geen besluit is en het bezwaar niet-ontvankelijk is.