ECLI:NL:RVS:2026:4397
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen wijziging woonadres in basisregistratie personen
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend heeft op 20 januari 2022 aan appellant het voornemen kenbaar gemaakt om zijn adresgegevens in de basisregistratie personen (brp) te wijzigen in een briefadres, omdat uit onderzoek bleek dat appellant niet langer woonde op het oorspronkelijke adres. Bij besluit van 18 februari 2022 is het woonadres van appellant gewijzigd in een briefadres. Vervolgens verzocht het college appellant op 30 september 2022 een vragenlijst in te vullen om te bepalen of hij nog steeds op het briefadres ingeschreven kon blijven staan. Het bezwaar van appellant tegen deze vragenlijst werd bij besluit van 14 maart 2023 niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 14 maart 2023 ongegrond en het beroep tegen het voorgenomen besluit van 20 januari 2022 en het besluit van 18 februari 2022 niet-ontvankelijk. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de brief van 30 september 2022 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat deze geen rechtsgevolg heeft en slechts een verzoek tot het invullen van een vragenlijst betreft. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Verder stelt de Afdeling vast dat het beroep tegen het voorgenomen besluit en het besluit van februari 2022 terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat deze besluiten niet ter toetsing in deze procedure staan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, evenals het verzoek om schadevergoeding, omdat appellant de gestelde schade niet heeft onderbouwd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.